Het Bittere Kruid van Marga Minco en oorlogsverhaal door Thea Kroese

Historie-avond Tweede Wereldoorlog en oorlogsverhaal door Thea Kroese
Do 12 oktober – 19.30 uur – Koetshuis Rijssens Museum

In het hoorspel ‘Het bittere kruid’ wordt u meegenomen naar begin mei in het jaar 1940. Het vertelt de ervaringen van Marga Minco in de Tweede Wereldoorlog. Een hartverscheurend verhaal dat veel indruk maakt door de sobere stijl. Zonder grote woorden is het in de details zeer ontroerend.

Vervolgens vertelt Thea Kroese met haar meesterlijke verteltrant een meeslepend oorlogsverhaal waarin je wordt meegezogen.

Hierna kan worden nagepraat en kan ook een bezoek worden gebracht aan de Joodse vitrine in de zaal van de stadsgeschiedenis in kasteel de Oosterhof. Hier zijn voorwerpen te zien die te maken hebben met de Joodse gemeenschap die Rijssen ooit had.

Programma:
19.10 uur Inloop met koffie/thee
19.30 uur Deel 1 van het hoorspel met toepasselijke beelden
20.10 uur Pauze met tweede kopje koffie/thee
20.30 uur Deel 2 van het hoorspel met toepasselijke beelden
21.00 uur Korte pauze
21.10 uur Thea Kroese met oorlogsverhaal
21.30 uur Gelegenheid tot napraten en bezoek aan oorlogselementen in het museum voor belangstellenden (Joodse vitrine met o.a. hartverscheurende pop van Trudy van Bingen, het beeld van Harry te Lintelo en de maquette van V1)
22.00 uur Einde

 

Aanmelden:

Wilt u deze historie-avond bijwonen? Meld u aan op info@rijssensmuseum.nl onder vermelding van Het Bittere Kruid.
De entree bedraagt € 5 en € 3 voor vrienden (incl. 2x koffie/thee)

Het bittere kruid

Het bittere kruid werd een van de meest gelezen boeken uit de Nederlandse literatuur. Een ‘kleine kroniek’ van grote kracht.

Voor Marga Minco was de literaire vorm die ze had gekozen bittere noodzaak. Zowel haar oudere broer Dave en zijn vrouw Lotte, als haar zus Bettie en haar vriend Hans, als haar beide ouders waren tijdens de bezetting door de Duitsers opgepakt, afgevoerd en in concentratiekampen vermoord.

Zelf was zij ternauwernood ontsnapt door bij de inval in haar ouderlijk huis – het Joodse gezin was noodgedwongen verhuisd naar het getto van Amsterdam – door het tuinpoortje te vluchten en onder te duiken.

Die feiten waren zo gruwelijk, ze leed zo onder het verlies, dat ze het wel klein móést houden. Ze kon alleen maar op onderkoelde wijze verslag doen van wat haar was overkomen. ‘Ik moest op mijn tenen lopen’, vertelde ze later, ‘mijn adem inhouden, om over mijn oorlogservaringen te schrijven.’

Doordat je de gebeurtenissen ziet door de ogen van een jonge vrouw, nog bijna een meisje, komt de verschrikking harder aan. Dat effect wordt nog eens versterkt door de houding van de vader, die het gevaar stelselmatig ontkent. ‘‘Hier kan zoiets nooit gebeuren’, zei mijn vader, ‘hier is het iets anders.’’

Door de onuitgesproken, maar glasheldere stijl krijgt alles een dreigende lading. Het hoofdstukje ‘De sterren’ klinkt als het schitterende uitspansel, maar het gaat om de felgele Jodensterren, die de vader mee naar huis neemt alsof het cadeautjes zijn, en die de stigmatisering symboliseren en de vernietiging aankondigen.

Het hoofdstuk waarin de ouders van het meisje worden opgepakt heet simpelweg ‘De mannen’ – maar je weet onmiddellijk wat voor mannen het zijn. Je weet ook wat voor huiveringwekkends er staat te gebeuren, al lijkt het voor de personages, ondanks alle voorafgaande tekens en verschrikkingen ten spijt, toch nog een verrassing: de bel gaat. ‘We bleven zitten en keken elkaar verbaasd aan. Alsof we ons afvroegen: Wie zou daar zijn?’

Het bittere kruid is een bezwering. Opgeschreven met ijzingwekkende ironie, alsof de woorden onder een dun laagje ijs zitten, waar je elk moment doorheen kunt zakken. Dat Marga Minco het boek moest schrijven, was omdat zij haar ouders, broer en zus niet wilde vergeten. Op papier kon ze hen opnieuw tot leven wekken.

Meer over Marga Minco