JUTEHISTORIE Afdrukken E-mail
In 1850 werken op een totaal van 2949 inwoners van Rijssen 400 personen als textielarbeider. Een groot deel hiervan produceerde als huisnijverheid koffiezakken van jute in opdracht van de firma ter Horst.
De gebroeders ter Horst stichtten in 1865 een stoomjutegarenspinnerij en er draaiden 6 spinmachines en 4 weefgetouwen.
De jute werd vanuit het westen van het land aangevoerd in de zompen over de Regge en met paard en wagen naar de fabriek gereden.
De aanleg van de spoorlijn Zwolle-Rijssen-Almelo in 1888 was een belangrijke stimulans voor de juteindustrie.
Het bedrijfsterrein van Ter Hortst werd via een zijlijntje op het spoorwegnet aangesloten. Op het terrein werden 3 draaischijven gebouwd zodat elke hoek van het terrein voor spoorwagons bereikbaar werd.

Lage lonen en lange arbeidstijden leidden in 1906-1907 tot een georganiseerde staking onder het personeel. Een van de eerste stakingen in Nederland.
Op de top van haar bestaan werkten in 1949 1500 arbeiders bij de Koninklijke Jutespinnerij en Weverij ter Horst & Co. Een groot deel van de bevolking, toen 12000 inwoners van Rijssen vond een vorm van bestaan in de Juteindustrie. Na 1977 is de juteindustrie op zijn retour en op dit ogenblik wordt slechts voor Forbo-Krommenie nog de rug van het linoleum gemaakt en is het aantal medewerkers geslonken tot minder dan 100.

De fabrieksgebouwen aan de rand van het centrum zijn in de negentiger jaren geheel verdwenen. Wat overbleef is het door de heren ter Horst gestichte Parkgebouw en het aangrenzende park en de Stichting Jan en Grietje ter Horst die nog steeds het Zorgcentrum Wellehof beheert.

Inmiddels is de jutefabriek er niet meer. Het voortbestaan van de fabriek werd steeds moeilijker. Later deed de familie Ter Horst de fabriek over aan de Nederlandse Jute Industrie. Op 12 februari 2003 werd dit bedrijf failliet verklaard. Er waren toen nog 51 werknemers in dienst.