Uit de vondst van urnengrafheuvels en romeinse munten blijkt, dat ter plaatse van Rijssen sinds het begin van onze jaartelling nederzettingen zijn geweest. In ± 775 werd door Lebuïnius een kerk gesticht. In 1243 verkreeg Rijssen stadsrechten van Otto III, bisschop van Utrecht. Ter verdediging werden wallen opgeworpen en grachten gegraven. Straatnamen herinneren daar nog aan: Huttenwal, Walstraat en Hagen. De verschillende Havezathen van Rijssen, waarvan alleen de Bevervoorde binnen de wallen was gelegen hebben de stad niet de strategische positie kunnen geven die het in de Middeleeuwen zo ontbeerde. In 1995 heeft de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in het centrum van Rijssen onderzoek gedaan naar de plaats waar "de Bevervoorde" had gestaan. Fundamenten en door brand omgevallen muren hebben dit kunnen aantonen. Ook z.g. Jacobakannetjes zijn hierbij aangetroffen.
 In de kelder van de Havezathe de Oosterhof wordt een uitgebreide collectie geëxposeerd. Veel voorwerpen hiervan zijn afkomstig uit de directe omgeving van Rijssen en zijn verzameld uit zandwinningsplaatsen en zogenaamde "leemkoelen", plaatsen waar leem voor de steenfabricage werd gewonnen
Vooral de streek nabij de Friezenberg, tussen Rijssen en Markelo, waar nu de urnengrafheuvels zijn te bezichtigen, heeft veel vondsten opgeleverd.
|